Kan het misschien een onsje minder verpakking zijn? - NRC

2022-03-03 06:03:31 By : Ms. Enya Huang

Vanwege het coronavirus werken onze medewerkers thuis.

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Boodschappen Hoe weet je welke appelsap, olijfolie of bodylotion het minste afval oplevert? Een lesje verpakkingskunde in de supermarkt.

Vooral rond lunchtijd valt het op. Bij kassa’s in supermarkten vormen zich rijen van scholieren, studenten, ambachtslieden en kantoorvolk. Twee à drie boodschappen, meer niet. Twee sandwiches, verpakt in een driehoek van hard plastic, blikje cola. Of: maaltijdsalade, flesje water, pakje kauwgom in een doordrukstrip, omhuld door een wikkel van papier.

Betrekkelijk weinig inhoud, véél verpakking.

Kan dat anders, kan dat minder? Ja – maar makkelijk is dat niet. Een supermarkt moet nu eenmaal superefficiënt zijn, met een groot assortiment, hygiënisch verpakt, ‘ten minste houdbaar tot…’ en ook nog eens ‘scherp geprijsd’.

In die wereld, van gemak voor consumenten en gewin voor winkelketens, is verpakking ook méér dan zomaar een omhulsel van levensmiddelen en huishoudspullen. De fles, de pot, het pak, de zak, het blik – ze vertellen een verhaal. Lekker! Chic! Goedkoop! Gezond!

Een ander verhaal valt moeilijker van de schappen af te lezen. Dat is het verhaal van duurzame verpakking. Wat is de betere keuze? Olijfolie in een glazen fles, in een plastic fles, of in een blik?

Appelsap. Pak of fles? Doperwtjes. Glazen pot, blik, of bevroren in verpakking van karton. De keuze is reuze. Maar wat moet de consument kiezen die de volle boodschappentas graag combineert met een lege vuilnisbak?

Mariska Joustra is specialist in verpakkingen en geeft voorlichting aan consumenten bij duurzaamheidsorganisatie Milieu Centraal. Op een willekeurig gekozen plek, in Diemen, doorkruisen we alle gangpaden van een supermarkt in een buurtwinkelcentrum. We doen alsof we boodschappen doen – maar we komen louter voor de zakjes en de pakjes. Op sarafi om de hoek, in een ‘wildpark’ vol verpakkingen.

Alsof de winkel wist dat we kwamen, lopen we als eerste tegen de komkommers aan. „Dit is al heel lang een klassieker in de discussie over verpakkingen”, zegt Joustra. De biokomkommers zijn stuk voor stuk in plastic verpakt; de andere, uit de intensieve teelt, liggen er open en bloot naast.

Wat verdient hier de voorkeur? „Toch echt de biokomkommers in plastic. Dat ene stukje plastic weegt niet op tegen de milieuschade door het gebruik van kunstmest en pesticiden om die andere komkommers te telen. Verpakt blijft de biokomkommer tien dagen langer vers dan onverpakt. Dat helpt enorm tegen voedselverspilling. Het is bovendien een EU-regel om een van de twee soorten komkommers in plastic te verpakken wanneer een winkel beide verkoopt.”

Goed, we nemen het omhulsel van de biokomkommer voor lief. Maar dan toch liefst wel één van biologisch materiaal? Ook dat ligt ingewikkelder dan het lijkt. Zogenaamde ‘bioplastics’ vallen niet zomaar te noteren onder de noemer ‘bio en dus goed’, ook al zijn ze gemaakt uit mais, suikerriet of aardappels – en niet uit olie.

Wat is het bezwaar tegen deze vorm van verpakking? Joustra: „Landbouwgrond, vooral in Nederland, wordt intensief bewerkt, met kunstmest, pesticiden en zware machines. Komt het zogenaamd biologische verpakkingsmateriaal voort uit dergelijke teelt? Had er op dat land niet iets kunnen groeien met een hoogwaardiger opbrengst? Duurzaam geproduceerd voedsel, bijvoorbeeld?”

Wijdverbreid is bovendien het misverstand dat deze bioverpakking mag eindigen bij het gft-afval. Jou-stra: „De consument kan maar het beste de regel onthouden dat verpakkingen zelden of nooit geschikt zijn voor de gft-bak. Alleen bij uitzondering is dit het geval, wanneer op de verpakking een logo zichtbaar is met de tekst ‘OK compost’, of de afbeelding van een ontkiemend blaadje met daarbij het woord ‘Composteerbaar’.”

En dan nog. Deze biologisch ‘verteerbare’ verpakking levert een te verwaarlozen bijdrage aan een nieuwe, circulaire economie, met grondstoffen die steeds herbruikbaar zijn. Eenmaal verwerkt in een gft-afvalfabriek voegt de reststof amper voedingswaarde toe aan het compost. Laagwaardig vulsel is het, meer niet.

Achter de verse groenten en fruit staan de vitrines met vlees en vleeswaren. Joustra pakt een plastic bakje met een pond Iers rundvlees. Vacuüm getrokken in dik plastic ligt het hompje erin, en dit alles dan weer verpakt in ritselend plastic, met daar omheen een kartonnen wikkel. „Dit is niet zo’n moeilijke keuze. Eén product, drie keer verpakt. Belangrijker is dat je sowieso moet nadenken over het kopen van rundvlees als je milieubewust boodschappen wilt doen.”

Een lange muur van ingemaakte levensmiddelen staat links van het verse ‘vega en vlees’. Doperwten, worteltjes, mais, allerlei soorten bonen – die hoek. De andere kant van dit schap is gevuld met ‘olie en sauzen’, waaronder de mayonaise, mosterd, tomatenketchup en olijfolie.

De moeilijkste keuzes zijn hier te maken, want exact dezelfde producten zitten er in verschillende verpakking: van glas, blik en plastic. Joustra: „Uit onderzoek weten we dat glazen verpakking een goed imago heeft. Een glimmende inhoud verleidt de klanten. Glas scoort ook het beste in de cijfers voor recycling: consumenten zijn gewend het lege glas naar de glasbak te brengen.”

En toch verdienen plastic verpakkingen hier de voorkeur. Waarom? Omdat hergebruik van zowel glas als blik veel energie vergt (met dito CO2-uitstoot) – veel meer dan de productie van plastic, gerecycled of nieuw.

Kritische kanttekeningen zijn hierbij beslist te plaatsen. Plastic is en blijft een chemisch product. Hergebruik hiervan voor levensmiddelen is aan talloze regels gebonden. In feite is alleen de grondstof van petflessen (van bijvoorbeeld frisdranken) geschikt om hierin opnieuw levensmiddelen te verpakken. Van de rest van de plasticsoorten voor verpakt voedsel worden hooguit weer laagwaardige kunststoffen gemaakt. Soms worden die, na gescheiden inzameling, alsnog verbrand – áls ze niet al bij het zwerfvuil en/of in de ‘plastic soep’ in zeeën zijn terechtgekomen.

Overigens begint duurzaam boodschappen niet zomaar bij het afzweren van glas of blik als verpakkingsmiddel. Joustra: „Wie in de winter per se sperziebonen wil eten, kan maar het beste Nederlandse oogst in glas of blik kopen, of in karton uit de diepvries. Álles beter voor het milieu dan verse boontjes laten invliegen uit Senegal.”

De consument heeft nóg een keus in duurzame verpakking. Joustra spoort aan vooral die potjes, flesjes en flacons te kopen waarvoor navullingen beschikbaar zijn. Bij kruiden bijvoorbeeld. Potje peper leeg, en weg? – zonde. Naast de potjes staan doorgaans ook de zakjes met kruiden. Navullen van de potjes thuis is een simpele manier van besparen op uitgaven en afval.

Nederlands kraanwater doet echt niet onder voor zogenaamd bronwater

Voorbij de schappen met levensmiddelen komen we de schoonmaakmiddelen tegen. Steeds meer navullingen, ook hier. „De meeste reinigingsmiddelen bestaan voor meer dan 90 procent uit water”, zegt Joustra. „Opgeteld vergt dat een enorm volume in transport en schapruimte in winkels. Het alternatief is simpel: één keer een fles schoonmaakmiddel kopen, en vervolgens kun je die eindeloos gebruiken wanneer je navullingen aanschaft en de fles weer gewoon met kraanwater laat vollopen.”

Over water gesproken, en aangekomen in de hoek vol flessen water en frisdranken. Klopt het wat al vaak is gezegd en geschreven: het kopen van mineraalwater is jezelf voor de gek houden? Joustra: „Ja, dat klopt. De kwaliteit van het Nederlandse kraanwater doet echt niet onder voor zogenaamd bronwater.”

Steeds meer consumenten, uitgerust met hippe flessen als de Dopper, doen niet meer mee aan dit nodeloos aanschaffen van winkelwater. Tegelijk wordt een deel van die milieuwinst weer tenietgedaan door het kopen van lokaal gebrouwen biersoorten, die meestal gebotteld zijn in flesjes ‘zonder statiegeld’. Joustra: „Lokale brouwers willen zich vaak onderscheiden van de grote biermerken met afwijkend gevormde flesjes. De milieu-impact hiervan is fors: één flesje speciaalbier staat gelijk aan vijf bierflesjes met statiegeld.”

6 Drinkkartons zijn zo slecht niet

‘Reduce, reuse, recycle.’ Deze vuistregel voor duurzaam consumeren is even simpel als effectief: éérst minder verspillen, dan langer gebruiken, en dan pas ‘omsmelten’ voor hergebruik. Als het negatief geladen woord ‘wegwerpverpakking’ ergens van toepassing is, dan op de zogenoemde drinkkartons voor zuivel en sappen, die in deze supermarkt staan uitgestald in en tegenover een lange wand met koelvitrines.

Vormen deze drankpakken echt de minst goede keuze? Joustra: „Nee, en vooral ook omdat er nog geen beter verpakkingsmiddel voorhanden is. De meeste supermarkten verkopen nu eenmaal geen melk en andere zuivel in statiegeldflessen. Per saldo scoren drinkkartons beter dan eenmalig gebruikt glas als je kijkt naar de totale milieubelasting van produceren, transport en hergebruik.”

En zou de mogelijkheid van statiegeldflessen hier wel alom aanwezig zijn, dan nog zijn drinkkartons moeilijk te verslaan. De meeste inhoud (van zowel zuivel als sappen) blijft hierin langer vers dan in glazen flessen. En snel bederf, met in de praktijk dus eerder weggooien, tikt ook stevig aan in de milieuschade.

7 ‘Schoon en fris’ moet een verhaal kwijt

In de meeste supermarkten, ook in deze in Diemen, staan de smeer- en wasmiddelen voor lijf en kleding het dichtst bij de kassa. Dit is de plek waar het imago van de verpakking moeilijk los te zien valt van het zelfbeeld van de klant. Crème tegen rimpels! Sluik haar met méér volume! Wast nóg witter!

Dit zijn de schappen met de grootste variatie in verpakking, met grote verschillen in kleuren, vormen en formaten. Joustra neemt een paarse knijpfles ter hand van een bekend shampoomerk. „Voor zowel duurzame productie als recycling zou een transparante fles, zonder toevoeging van kleurstoffen, het beste zijn. Maar de vorm en kleur van flacons zijn onderdeel van de marketing. Met onderscheidende verpakking willen marketeers verhalen vertellen. Het belang van duurzaamheid kan één van die verhalen zijn, maar voor de meeste merken is dit nog altijd niet het belangrijkste.”

Heeft u een tip over dit onderwerp, ziet u een spelfout of feitelijke onjuistheid? We stellen het zeer op prijs als u ons daarover een bericht stuurt. U kunt ons ook anoniem een tip geven.